volatiliteit en sentiment

Wat is volatiliteit
Het belangrijkste begrip bij het handelen in opties is de volatiliteit, de mate van beweeglijkheid van de koers van een aandeel of index.
Het is maatgevend voor het gebied tussen de hoogste en laagste koers, waar die koers waarschijnlijk zal gaan bewegen. Soms zal de koers van een aandeel of index een tijdje in een vlakke lijn bewegen, zonder grote schommelingen. In dat geval is er sprake van een lage volatiliteit. En als de koers daarna uitbreekt naar beneden of boven met een sterke trend is er sprake van een hoge volatiliteit.

Historische volatiliteit
De historische volatiliteit van een aandeel of index is de beweeglijkheid ten opzichte van een gemiddelde waarde, gedurende een bepaald aantal dagen uit het verleden. De beweeglijkheid wordt gemeten door de standaarddeviatie. De meest simpele methode om de historische volatiliteit te berekenen is de volgende:
Volatiliteit = (hoogste koers – laagste koers) / ((hoogste koers + laagste koers) / 2)
Stel de koers van Philips heeft de laatste maand de volgende koersen laten zien:
23 , 24, 21, 19, 20, 26, 23 en 21 dan is de berekening als volgt:
(26 – 19) : ((26 + 19) :2) = 7 : 22.5 = 0.31 x 100 = 31%

Implied volatiliteit
De implied volatiliteit is een inschatting van de toekomstige volatiliteit. Hoe hoger de beweeglijkheid van de onderliggende waarde is, hoe groter de kans dat er iets gebeurt in het voordeel van de koper van een optie. Bij een hoge volatiliteit zal de schrijver dus een hogere premie ontvangen voor de verkochte optie.

Hoe wordt de implied volatiliteit berekend?
Als de inschatting van de toekomstige volatiliteit laag is en de tijdswaarde gering, dan  wordt een optie verhandeld voor een lagere prijs dan de theoretische waarde.
Als de inschatting van de toekomstige volatiliteit hoog is en ook de tijdswaarde is hoog dan wordt een optie verhandeld voor een hogere prijs dan de theoretische waarde.
We kunnen dus eenvoudig zeggen dat de implied volatiliteit van een optie het verschil is tussen werkelijke prijs en theoretische waarde van een optie. De theoretische waarde van een optie wordt vooral bepaald door:
– de huidige koers van de onderliggende waarde
– de uitoefenprijs
– de looptijd (het aantal dagen tot expiratiedatum van de optie)
– de rente
– de volatiliteit
– het dividend

Black-Scholes formule.
Voor de berekening van de theoretische waarde van een optie gebruikt men meestal de zogenaamde Black-Scholes formule. Als we alle variabelen van een optie en onderliggende waarde in het Black-Scholes model invullen behalve de volatiliteit en we de uitkomst van de formule vergelijken met de huidige optieprijs, dan kunnen we met het verschil de verwachte volatiliteit bepalen. Meestal is de implied volatiliteit groter dan de historische volatiliteit, omdat het voor de optie-handelaren onzeker is of toekomstige volatiliteit hetzelfde blijft als historische volatiliteit.

Regel: opties kunnen het best worden gekocht als volatiliteit laag is en opties kunnen het best worden geschreven als volatiliteit hoog is.
Als u bijvoorbeeld een call optie koopt met hoge volatiliteit dan kan de prijs van die call optie dalen bij lagere volatiliteit, ook als de koers van de onderliggende waarde stijgt.

Volatiliteit t.o.v. de prijs
Waarom is de volatiliteit nu zo belangrijk? Omdat de volatiliteit een belangrijk onderdeel uitmaakt van de waarde van een optie biedt dit voor ons als belegger leuke kansen.
Het is mogelijk om een optie te kopen, waarvan de waarde stijgt bij toenemende volatiliteit, ondanks het feit dat de koers van de onderliggende waarde de voor ons verkeerde richting op gaat. Maar als de koers van de onderliggende waarde daarentegen wél de goede kant opgaat gaat de prijsstijging van de optie direct in ons voordeel werken. Voordat je een optie koopt of schrijft kun je beter eerst bepalen of de optie goedkoop of duur is. Daarvoor gebruiken we implied volatiliteit van de optie. Als de implied volatiliteit laag is dan is de optie in principe een koopje en gaan we bij voorkeur long. Als de implied volatiliteit hoog is schrijven we liever de optie. (dit heet short gaan, we verkopen iets wat we niet bezitten)

Gemiddelde volatiliteit is 18%.
Over het algemeen wordt volatiliteit lager dan 15% gezien als laag (dus opties kopen), een volatiliteit van 18% is gemiddeld en een volatiliteit hoger dan 21% wordt gezien als hoog (opties schrijven).

Voorbeeld
op het moment dat de koers van een aandeel binnen een dag van €12 daalt naar €9 en vervolgens oploopt naar €13 om op €12.55 te sluiten is er sprake van veel volatiliteit, terwijl de koerswinst (0,55) meevalt. Aan de andere kant kan een koers van €22 ook dalen naar €21 om te stijgen naar €22 en vervolgens uit te komen op €24,55. De koerswinst ( 2,55) is dan groter, terwijl de volatiliteit van het aandeel duidelijk lager is geweest. De stelregel is: des te beweeglijker de koers binnen een bepaalde periode, des te hoger de volatiliteit.

De “Grieken” voor volatiliteit
Zoals de Delta de prijsstijging van een optie ten opzichte van de onderliggende waarde aangeeft laat de Vega de invloed zien van de relatie tussen volatiliteit en premie. De volatiliteit heeft doorgaans grote invloed op de prijs of de premie van een optie.
De Vega is een ratio die aangeeft hoe snel optiepremies veranderen bij stijging of daling van volatiliteit. Een Vega van bijvoorbeeld 2 houdt in dat de optiepremie met 2 euro stijgt als volatiliteit toeneemt met 1%.

De VIX als indicator van volatiliteit
De VIX wordt vaak gebruikt als indicator om nervositeit in de markt op te merken met de S&P500 index als onderliggende waarde. In het algemeen stijgt de VIX bij een dalende markt en daalt de VIX bij een stijgende markt. Een stijgende VIX betekent dat optie premies stijgen en dalende VIX betekent dat optie premies dalen.

Sentiment
Nauw verweven met de volatiliteit is het sentiment van de dag.
Als de AEX `s morgens om 9.15 uur op 450 staat, dan zou de dag call 450 en de dagput 450 (dit noemen we een long straddle) samen 0 euro moeten zijn. Maar wat blijkt? De waarde van de dag call 450 en de dag put 450 samen staat bijvoorbeeld op € 230,-
Er zit namelijk tijds- en verwachtingswaarde in, ook al is `s middags om 16.00 uur al de expiratie; (expiratie = einde looptijd) het is maar net wat een gek er voor over heeft!

Dit noemen we het sentiment, de waan van de dag.
Het blijkt namelijk dat als er een grote beweging wordt verwacht, handelaren meer voor een optie over hebben dan wanneer er die dag geen beweging wordt verwacht. Zitten er meer kopers dan verkopers in de markt? Dat is niet aan het sentiment te zien, je kunt er dus geen richting uit bepalen. (was het maar waar)
Een laag sentiment ligt dichter bij de 150, terwijl een hoog sentiment dichter bij de 350 zal liggen.

Kun je hier iets mee?
Jazeker, je kunt direct na 9 uur een dag straddle kopen, die het dichtst bij de aex koers ligt. Staat de koers op 458.21, dan kies je de 458 maar staat de koers op 458.78 dan kies je de 459. De prijs voor zo`n straddle moet redelijk zijn, je zou kunnen zeggen: beneden de 180 wordt er geen beweging verwacht, dan betaal je dus teveel. Een dagstraddle neem je als combinatie order in en als je in positie bent leg je direct weer een combinatie sluitingsorder in, die uiteraard hoger ligt dan de aankoopprijs.
Maar wat als om 9 uur de aex op 458.21 stond en de aex juist deze dag dicht bij huis blijft en gaat dalen naar 457.10?
Je hebt de dagstraddle 458 gekocht, dan zal bij expiratie de call op 0 euro staan, maar de put zal dan altijd nog (458 – 457.10) = 90 euro waard zijn. Afhankelijk wat je bij de aanschaf hebt betaald heb je dan winst of verlies, maar het verlies zal dus nooit hoger zijn dan het betaalde bedrag.

En kunnen we dan ook nog iets met kortlopende opties voor de volgende dag?
Door lang te kopen en kort te schrijven kun je proberen om extra rendement binnen te halen! Het risico is hier begrensd, een berekend risico dus!
We kopen een langlopende long strangle en hierop kunnen we dan een paar keer een dag strangle schrijven en vaak ook een week strangle. Het gaat hierbij slechts om een paar tientjes per dag…

En wat kunnen we met de tips van analisten?
Veel beleggers weten vaak niet hoe ze de adviezen kunnen interpreteren.
Ik zet ze voor u op een rijtje:
Buy (Kopen)
De komende maanden wordt een rendement verwacht van meer dan 20 procent.
Accumulate (Opbouwen)
De komende maanden wordt een rendement verwacht van tussen 10 en 20 procent.
Hold (houden)
De komende maanden wordt een rendement verwacht van tussen 0 en 10 procent.
Reduce (Afbouwen)
De komende maanden wordt een rendement verwacht van tussen -10 en 0 procent.
Sell (Verkopen)
De komende maanden wordt een rendement verwacht van -10 procent of minder.